Heren van stand
Heren van stand spreken niet over geld.
Zij mijmeren over effecten, sissen over sicaven.
Heren van stand hebben een leuze:
Wie een put graaft voor een ander is een arbeider.
Heren van stand besturen geen auto's.
Zij rijden hun Porsches te pletter tegen palmbomen op Nassau
of telefoneren vanuit de kantoren van hun Rolls.
Heren van stand zijn niet goed van aard,
maar vriendelijk of beleefd. Zij schreeuwen niet, zij faxen.
Heren van stand steken geen sigaretten op.
Zij verwarmen hun Custom made filter typed Queen size Nat Sherman's
aan de gouden gloed van hun Dupont.
En hun naam vloeit slechts uit hun 24 karaat Waterman.
Heren van stand hebben geen geur, maar ruiken,
naargelang de plek waar men zijn neus op duwt,
naar Tuscany van Aramis, a fragrance for men, of Lanvin.
Pygmeeën, die nooit een schuimbad nemen,
beweren naïef dat ze ruiken als de dood.
Heren van stand dragen geen kleren maar merken
en hebben oog voor het schone: elk van hen,
zo leren ons de statistieken,
ontfermt zich over minstens één komma zes dichters.
Het woord racisme is hen vreemd:
Zij beluisteren Nat King Cole en eten probleemloos Uncle Ben's.
Heren van stand houden van vrouwen met American Express-groene ogen.
Het gebeurt dat heren van stand gluren naar deze dames
doorheen de ijsblokjes in hun Chivas,
terwijl de haard knettert en buiten in de herfst
een dwerg vol slijk de setters uitlaat onder de olmen.
Heren van stand lopen niet naar de hoeren.
Zij trouwen ermee.
Heren van stand drinken geen wijn,
maar Mouton-Rothschild, rug aan rug
met andere heren van stand in stille tempels met sterren.
Vervelen doen zij zich nooit tenzij,
omdat het past, in de opera.
Heren van stand ontmoet men niet op straat,
maar in lobbies, VIP-rooms en turkse baden,
op vossejacht, jumpings en safari's
of bij de aartsbisschop thuis.
Heren van stand dromen niet maar bestellen.
Hun truffels bij Fauchon, hun marmelade bij Harrod's,
hun dochters bij Madame Claude.
Heren van stand worden niet oud.
Zij joggen, slikken, pompen en lopen
er, na de achtste lifting,
glimmend als wassen poppen bij.
Heren van stand sterven echter alleen,
verlaten, verkleumd en klappertandend,
zittend op een bank,
maar dan liefst een Zwitserse, bvb. in Genève,
met uitzicht op het meer en verder en hoger,
op de eeuwige sneeuw.
-- Patrick Conrad, Moonlight Serenade in "De Brakke Hond". Jaargang 11 nummer 41, p. 22 en 23